Luc vertelt over zijn ervaring als revalidant van de studie van InTeRacT
Luc Stammen uit Leuven is 65 jaar en kreeg in de zomer van 2018 een beroerte. Zijn rechterzijde raakte daardoor volledig verlamd. Na 2 maanden ziekenhuis mocht hij naar revalidatieziekenhuis Inkendaal. Daar zou hij 2 jaar verblijven. ‘In het begin hadden ze gezegd er rekening mee te houden dat ik de rest van mijn leven in een rolstoel zou zitten, incontinent zou blijven en dat ik moeite zou hebben om te communiceren’, vertelt Luc. ‘Gelukkig kon ik in Inkendaal rekenen op een kinesitherapeut die out of the box dacht en mij toch veel deed verbeteren, veel meer dan oorspronkelijk gedacht.’
Toen Luc van Inkendaal naar huis ging, had hij de rolstoel al ingewisseld voor een driepoot en later een wandelstok. Dat was voor Luc mentaal heel belangrijk. ‘Het feit dat je rechtstaand iemand kunt antwoorden, in plaats van omhoog kijkend vanuit een rolstoel, maakte een wereld van verschil.’
Hij aarzelde niet om zich in te schrijven voor de INTeRAcT-studie. Twee van de drie persoonlijke doelen hadden met stappen te maken. ‘Ik wilde graag kleine stukjes zonder stok kunnen lopen en mijn gangpatroon meer automatiseren. En ik kan zeggen dat ik in mijn appartement intussen regelmatig zonder wandelstok stap. Buiten heb ik dat nog niet geprobeerd. Maar ik probeer wel meerdere keren per week zo’n 3 km te wandelen met mijn stok. Mijn gangpatroon is zeker verbeterd, maar automatisch gaat het nog niet. Ik blijf natuurlijk verlamd aan de rechterzijde, dus ik moet elke stap doordacht zetten, je bent daar voortdurend mee bezig. Wel heb ik het idee dat mijn rechterbovenbeen wakker geworden is, dat er meer mobiliteit in zit.’
Het derde doel van Luc was om zijn rechterarm meer te kunnen gebruiken. ‘Er is verbetering, maar die is niet zo groot voor de buitenwereld. Voor de therapie kon ik mijn hand tijdens het eten enkel op mijn been leggen, nu kan ik die al naast mijn bord leggen. Wat wel een positief gevolg van de intensieve therapie is, is dat ik mijn brace die het verstijven van de arm tegengaat ’s nachts niet meer hoef te dragen. Dat maakt het slapen veel comfortabeler.’
Na de intensieve trainingsweken is Luc niet stilgevallen. ‘Zoals gezegd doe ik heel regelmatig mijn wandelingen om te blijven werken aan het stappen en aan mijn gangpatroon. Ik blijf de buikspieroefeningen ook doen, omdat ik merk dat ik daar veel baat bij heb in mijn dagelijkse bewegingen. Aan het verbeteren van mijn rechterarm werk ik nog steeds aan.’
Een onverwacht – en buiten de studie vallend – positief gevolg van de studie is dat Luc er communicatief op vooruit gegaan is. ‘Zelfs in mijn omgeving vinden ze dat mijn denk- en spraakvermogen verbeterd is. En dat heeft mij ook een mentale boost gegeven. Ik ben gevraagd om vrijwilligerswerk te doen, omdat ze vinden dat ik een toegevoegde waarde ben. Zoiets doet natuurlijk veel deugd.’
Hoe opgetogen Luc ook is dat hij deel mocht uitmaken van de studie, toch blijft er ook een gevoel van frustratie hangen. ‘Als je ziet welke verbetering ik nu nog heb kunnen doormaken, zoveel jaren na mijn beroerte, dan vraag je je wel af wat er mogelijk geweest zou zijn wanneer ik die behandeling veel vroeger had gehad. Het is uiteraard nooit te laat om te werken aan die verbetering en om uit die negatieve spiraal van achteruitgaan te geraken. Maar hoe sneller patiënten toegang krijgen tot deze vorm van therapie, hoe beter!’
31 januari 2026