Borstkliniek

Borstkliniek

Op deze pagina's vind je meer informatie over de behandeling en het herstel van borstkanker. Niet alleen het medische en verpleegkundige maar ook het psychosociale luik komt aan bod. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis kan je met al je vragen terecht bij de behandelende artsen, de borstverpleegkundige, de psychologe of de verpleegkundigen op de afdeling. Zij helpen je graag verder.

Psychosociale ondersteuning

Iedereen is het erover eens dat kanker meer is dan een lichamelijke aangelegenheid. Je wordt tot in het diepste van je wezen geraakt. Er zijn gevolgen voor partner, gezin en familie. Het verwerken van dit ziekteproces van diagnose tot behandeling en de tijd erna, is voor iedereen anders. Toch zijn er een heleboel reacties, te nemen hindernissen of problemen die voor velen erg herkenbaar zijn.

De diagnose

De diagnose is een moeilijke, angstige en onzekere periode voor elke patiënt. Zelfs als de diagnose niet geheel onverwacht komt, blijft het een stresserende en ingrijpende gebeurtenis. De onzekerheid over wat er nu juist aan de hand is, hoe erg het is en wat er mogelijk aan gedaan kan worden, is soms lastiger te dragen dan de behandeling.

Eerste reacties

‘Waarom ik en waarom nu?’ is een vraag die bij velen opkomt. Ieder voor zich tracht hierop een antwoord te geven. Sommigen menen dat het aan hun gedrag in het verleden ligt, of in moeilijke gebeurtenissen die voorafgingen aan de diagnose. Dit zijn normale vragen die bij het verwerkingsproces horen. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter nog steeds niet vastgesteld welke factoren borstkanker kunnen voorkomen of hoe de kanker ontstaat.

Voor het eerst horen dat er kanker werd ontdekt, is meestal niet iets waarop iemand voorbereid is. Gevoelens van shock en ongeloof komen vaak voor. Veel mensen zijn emotioneel en mentaal verlamd door het nieuws. Te maken krijgen met een levensbedreigende ziekte brengt allerlei gevoelens met zich mee: teleurstelling in het eigen lichaam, vooruitzichten op een agressieve en lange behandeling, angst voor pijn, angst om een last te zijn voor anderen, onzekerheid over genezingskansen,… Het komt voor dat er niet alleen ongeloof is, maar ook ontkenning: ‘Het is niet waar/Het kan niet waar zijn’. Ook dit is een normale reactie in het begin. Moeilijke boodschappen worden maar met mondjesmaat verwerkt. Pas als deze reactie lang aanhoudt en er geen andere reacties optreden, moet men zich zorgen maken.

Waar is praten goed voor? Troost

Wat het ook is dat je zorgen baart, het is belangrijk om erover te praten, om het uit te spreken. Praten over gevoelens kan een grote troost bieden. Spreken over wat je belast en bang maakt, helpt om het beetje bij beetje in perspectief te plaatsen. Jezelf niet toestaan om je gevoelens aan anderen te tonen, betekent dat je er alleen voor staat. Veel mensen gaan ervan uit dat ze anderen niet kunnen belasten met zorgen en angsten die de ziekte met zich meebrengt. Zonder steun of toeverlaat kan echter niemand in deze periode. Als je praat over wat je meemaakt, zul je merken dat je niet alleen bent, dat er iemand is die luistert, die niet wegloopt en je kan geruststellen dat het helemaal niet raar is om angstig en ongerust te zijn. Je angst blijft hierdoor binnen proporties.

Ook de mensen in je omgeving vinden vaak moeizaam de houding waarmee ze je daadwerkelijk kunnen steunen. Ook zij hebben te kampen met angsten die ze vaak niet met jou durven delen. Elkaar deze gevoelens tonen, kan beter zijn dan ze voor elkaar te verbergen. Het is hierbij goed mogelijk dat je zelf moet aangeven waarmee familieleden je het best kunnen helpen. Als je nood hebt aan een babbel of als je liever eens met rust gelaten wordt, zeg het dan ook duidelijk. Alleen dan is er een goede communicatie mogelijk en worden misverstanden voorkomen.

De operatie

Een operatie is nodig om de borsttumor te verwijderen. Door de operatie krijg je de kans en tegelijk de opdracht om verder te leven met je veranderd lichaam. Een stukje van je lichaam opofferen is daarom niet makkelijk. Het betekent verlies en verlies gaat gepaard met rouw. Sommigen voelen zich in hun vrouw-zijn aangetast of verliezen (tijdelijk) het gevoel seksueel aantrekkelijk te zijn. Om dit verlies te verwerken, is het belangrijk om te rouwen. Dit betekent dat je het verdriet, de boosheid en de pijn durft/kunt toelaten. Het toelaten van deze moeilijke gevoelens in combinatie met het verleggen van de aandacht naar het leven dat verder gaat, maakt dat je op termijn het verlies een plaats kunt geven.

Een borstoperatie, en zeker een amputatie, hebben een weerslag op je lichaam, op hoe je het ervaart, en dat maakt dat je anders naar je lichaam kijkt. Dat kan je eigenwaarde en je zelfvertrouwen ondermijnen. Je moet je lichaam opnieuw leren aanvaarden en waarderen. Het helpt om naar het litteken te durven kijken, alleen of met je partner.

Vanaf de eerste dag na de operatie word je hierin aangemoedigd. Een borstprothese helpt je om de buitenwereld opnieuw tegemoet te treden. Het is heel belangrijk om contact te blijven houden met de buitenwereld. Dit betekent in eerste instantie dat je je familie en vrienden niet helemaal buitensluit. Dat er een lijn blijft met het gewone leven en alles wat daarbij hoort. Als je bezorgd bent over hoe de boel moet blijven draaien, in het huishouden en in je werkleven, is het goed om je daarin (tijdelijk) te laten steunen. De borstverpleegkundige kan je daar mee op weg zetten.

Tijdens de behandeling

Tijdens de behandeling heb je het gevoel dat er iets aan de bestrijding van de ziekte gedaan wordt. Ondanks de ongemakken van chemo- en radiotherapie, kan je deze periode als erg zinvol ervaren. Er wordt gehandeld, er wordt opgetreden, je kunt wat doen, je kunt vechten. Het is een periode met ups en downs, maar in zekere zin een actieve periode. Een tijd waarin je leeft volgens het schema van het ziekenhuis, waarin je ondersteund wordt door de mensen in het ziekenhuis en je naaste omgeving. Allerlei gevoelens passeren de revue: opzien tegen een nieuwe afspraak, hoopvol zijn, je motivatie kwijtraken, uitgeteld zijn, maar evengoed valt het allemaal wel mee en denk je: ‘Was het dat maar’. Aftellen hoort er sowieso bij.

Emotionele reacties tijdens de periode van behandeling houden meestal verband met verschillende soorten verlies: verlies van gezondheid en welbevinden, van onafhankelijkheid, van de normale rollen binnen je gezin en werksituatie, soms zelfs van vriendschappen, werk of inkomen. Al deze soorten verlies zijn belangrijk om te erkennen en de pijn ervan toe te laten om zich daarna te richten op het veranderde leven en er opnieuw een soort evenwicht in te vinden.

Na de behandeling

De behandeling die erop gericht is de ziekte te overwinnen, is nu voorbij. Je bent opgelucht en blij en je omgeving heeft lang naar deze tijd uitgekeken. Toch kan het zijn dat het emotionele herstel nog moet beginnen. De periode dat je vaak in het ziekenhuis kwam, kan je een gevoel van zekerheid of veiligheid gegeven hebben. Misschien voel je je soms aan je lot overgelaten of doet het verminderen van de controles je angst weer opleven dat er ongezien wat in je lichaam groeit. Het kan jaren duren voor je écht durft te geloven in genezing. De schrik dat de ziekte in alle stilte verder uitzaait, wordt mettertijd milder maar laait op sommige momenten in alle heftigheid weer op, bijvoorbeeld bij controleonderzoeken, het opmerken van lichamelijke ongemakken of symptomen die al dan niet met de ziekte verband houden. Ook de confrontatie met of herinneringen aan de ziekte of de behandeling kunnen sterke reacties uitlokken.

Vragen als ‘Zal de behandeling helpen of hoelang zal de behandeling helpen? Is alles nu weg?’, kunnen de kop opsteken. Soms werkt angst (voor herval) verlammend of laat hij zich niet op de achtergrond dringen waardoor u niet meer geniet of geen beslissingen meer durft te nemen. Met angst omgaan kan een grote opdracht zijn, want het betekent leren leven met onzekerheid. Jezelf ontspannen, genieten van wat je prettig vindt en je leven weer in handen nemen, zijn manieren om angst te laten wegebben. Als de onzekerheid over je lichaam te groot is, aarzel dan niet om je medische controle te vervroegen. Zo zorg je ervoor dat je angst niet ontspoort en dat je realistisch blijft. Het vertrouwen in de toekomst moet natuurlijk groeien, evenals de durf om opnieuw plannen te maken op lange termijn.

Kinderen

‘Wat vertellen we aan de kinderen?’ is voor ouders steeds een moeilijke vraag. Kinderen, hoe klein ze ook zijn, merken het als er met hun ouders iets aan de hand is. Ze voelen de veranderingen aan en reageren hierop volgens karakter en leeftijd. Hoe kleiner ze zijn, hoe meer hun gedrag vertelt dat ze om aandacht vragen. Nachtmerries of buikpijn zijn hiervan een goed voorbeeld. Maar ook tieners kunnen in de knoop raken en het gevoel hebben dat het gezin beslag op hen legt, net nu ze hun vleugels beginnen uitslaan.

Het is altijd goed om een kind zoveel mogelijk de waarheid te vertellen. Zoveel als het aankan. Niets vertellen geeft het risico dat het kind zijn eigen invulling geeft aan het gebeuren en dat de fantasieën erger worden dan de werkelijkheid. Soms denkt een kind dat het zijn schuld is dat zijn moeder dit overkomt. Het is belangrijk om de informatie aan kinderen stap voor stap te geven, op hun maat, en de vragen die ze stellen rustig te beantwoorden. Soms is het nodig om de uitleg die je geeft telkens opnieuw te doen, moeilijke zaken hebben tijd nodig om door te dringen. Net als voor volwassenen is het goed dat kinderen hun gevoelens kunnen uiten. Het helpt hen als ouders of andere belangrijke volwassenen mee naar woorden zoeken voor wat ze voelen.

Partner

Jouw emoties en die van je partner of gezinsleden lopen niet altijd gelijk. De verschillen maken het soms moeilijk om erover te praten of elkaar te steunen. Zich realiseren dat de ander iets anders kan voelen op elk moment, helpt om elkaar te begrijpen. Het gebeurt dat gevoelens van partners in zo’n moeilijke periode over het hoofd worden gezien. Ze krijgen een aantal extra taken die anders door twee personen gedragen worden. Zo komen ze soms nauwelijks aan hun eigen emoties toe en zijn ze vaak alleen met de schrik dat ze diegene die hun dierbaar is, zullen verliezen. Soms tracht men elkaar te sparen en maakt dit het praten moeilijk, hoewel gevoelens delen een grote opluchting kan zijn. Sommige mannen praten liever niet maar drukken zich uit in ‘dingen doen’. Het is hun manier om betrokken te zijn. Omdat partners in deze periode zwaar belast worden en vaak minder emotionele steun krijgen, is het goed voor hen om naast de zieke partner nog andere steunpunten te hebben of te zoeken.

Door de operatie voelen sommige vrouwen zich aangetast in hun vrouw zijn, of voelen ze zich (tijdelijk) niet meer seksueel aantrekkelijk. Niet alleen het litteken staat het vrijen in de weg, maar ook de angst voor de toekomst en/of eventuele fysieke pijn. Het duurt soms een hele tijd vooraleer vrouwen kunnen accepteren dat hun partner echt met hen wil vrijen. In dit proces is het belangrijk dat je leert beseffen dat je persoonlijkheid en wie je bent, niet afhankelijk is van het hebben van twee gave borsten. Weet bovendien, als je het moeilijk hebt, dat er nog tal van andere mogelijkheden zijn om uiting te geven aan (seksuele) gevoelens, zoals strelen, knuffelen, intimiteit beleven, etc.

Psychosociale zorg in de borstkliniek

Tijdens de eerste gesprekken voorafgaand aan de diagnose, word je opgevangen door de artsen en de verpleegkundigen van de betrokken afdeling. Zij blijven uiteraard het aanspreekpunt bij problemen, voor informatie en ondersteuning.

Borstverpleegkundige

De borstverpleegkundige is een verpleegkundige met een speciale opleiding voor dit traject. Ze is er om jou praktisch te ondersteunen en je emotioneel op weg te helpen om deze stressvolle periode zo optimaal mogelijk door te komen. Wanneer de diagnose is gesteld en het verdere behandelingsschema wordt voorgelegd, zal de borstverpleegkundige steeds aanwezig zijn. Zij is daar voor de eerste emotionele en praktische ondersteuning. Ze helpt de eerste heftige emoties bespreekbaar te maken en te uiten. Ze kijkt mee wat er aan ondersteuning in je eigen omgeving beschikbaar is, helpt de veelheid aan informatie over de ziekte en behandeling te verduidelijken en ze verwijst door indien nodig. Tijdens de hospitalisatie komt de borstverpleegkundige bij je langs met praktische informatie, om het ontslag en de thuiszorg te regelen. Tijdens de verdere behandeling (chemo-, radiotherapie) zal ze met jou contact houden. Indien nodig, komt ze meerdere malen langs.

Sociale dienst

Tijdens hun behandeling kunnen oncologische patiënten bij de sociaal werker terecht voor psychosociale opvang en begeleiding. Ook voor vragen over thuishulp, materiaal of tegemoetkomingen kunnen patiënten een beroep doen op de sociale dienst. De sociaal werker komt regelmatig langs op het oncologisch daghospitaal en op de afdelingen.

Psychologe

Om tal van redenen kan het zijn dat iemand (tijdelijk) meer ondersteuning nodig heeft. Dan zal de borstverpleegkundige contact opnemen met de psychologe van het team. De psychologe kan steun bieden in de verwerking van het rouwproces dat met de ziekte gepaard gaat. Ze kan je helpen om nieuwe invalshoeken te ontdekken of nieuwe vaardigheden te leren om met de gevolgen van de behandeling te leven. Kanker krijgen zet je leven op zijn kop. Ineens vind je andere zaken belangrijker dan vroeger. Het kan een hele zoektocht zijn om de ziekte in je dagelijkse leven een plaats te geven en opnieuw gelukkig te worden. De psychologe begeleidt je daarbij en helpt je op weg. Doorheen het traject kunnen ook bij je partner of kinderen vragen opduiken of hebben jij en je gezin misschien hulp nodig om gevoelens ten opzichte van elkaar te uiten. Ook alle leden van het gezin zijn welkom bij de psychologe.